De Wereldbank heeft de ontwikkelingslanden opgeroepen om kunstmatige intelligentie te omarmen, met het argument dat de technologie een ‘reddingslijn’ biedt voor economieën die vastzitten in hun zwakste gemiddelde groeiprestaties in dertig jaar. In haar jaarlijkse World Development Report, dat dinsdag werd gelanceerd, waarschuwde het instituut dat landen die er niet in slagen zich aan te passen het risico lopen achterop te raken, terwijl landen die snel handelen een eeuw van ontwikkeling zouden kunnen samenpersen in één decennium. Het rapport herkadert het mondiale AI-gesprek, dat gefixeerd is op grensmodellen en datacentra, in de richting van de goedkopere, gelokaliseerde instrumenten waarvan de Bank gelooft dat ze de gezondheidszorg, het onderwijs, de gerechtigheid en de landbouw voor miljarden kunnen transformeren. Volgens de laatste berichtgeving over de AI-industrie (https://aibuzzwire.news) is het rapport een belangrijke beleidsinterventie op een moment waarop regeringen wereldwijd AI-regels opstellen.

Een grimmige groeiachtergrond

Het rapport komt op een grimmig economisch moment. Volgens de eigen verklaring van de Wereldbank en de rapportage door Reuters en Digital Journal bevinden de ontwikkelingseconomieën zich midden in hun zwakste gemiddelde groeiprestaties in dertig jaar. De Bank omschreef de huidige periode eerder dit jaar als een “verloren decennium” voor lage-inkomenslanden, die getroffen zijn door een reeks opeenvolgende schokken.

Het instituut heeft zijn mondiale groeivoorspelling voor 2026 verlaagd naar het laagste niveau sinds de pandemie, daarbij verwijzend naar de economische gevolgen van de oorlog in Iran, die landen over de hele wereld heeft getroffen. Lage-inkomenslanden en ontwikkelingslanden zijn het zwaarst getroffen, waarbij Azië de zwaarst getroffen regio is. Tegen die achtergrond stelt het rapport dat AI de groeiprestaties vóór het einde van de jaren twintig aanzienlijk zou kunnen stimuleren en tegelijkertijd tastbare voordelen voor de mensen zou kunnen opleveren.

Geen grote modellen vereist

Een van de centrale boodschappen van het rapport is dat ontwikkelingslanden geen modellen op grensschaal of enorme datacentra nodig hebben om van AI te kunnen profiteren. Indermit Gill, hoofdeconoom van de Wereldbankgroep, zei het botweg: "AI heeft ontwikkelingseconomieën een reddingslijn gegeven, en die moeten ze grijpen. Ze hebben geen grote modellen of grote datacentra nodig om de vruchten ervan te plukken."

Dat kader is van belang omdat het de in rijke economieën gebruikelijke veronderstelling in twijfel trekt dat een zinvolle inzet van AI miljarden aan computerinvesteringen vergt. De Bank stelt dat het aanpassen van bestaande, goedkopere AI-instrumenten aan lokale omstandigheden resultaten kan opleveren op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, justitie en landbouw. Het rapport roept landen op om AI te gebruiken om “de anders kostbare medische, juridische, onderwijs- en landbouwdiensten uit te breiden naar achtergestelde miljarden, en daarmee in tien jaar te doen wat anders een eeuw zou duren.”

Voorbeelden uit de echte wereld

Het rapport baseert zijn optimisme op concrete gebruiksscenario's. Het citeert AI-toepassingen die al resultaten hebben opgeleverd in de context van ontwikkelingslanden, waaronder het vergroten van het aantal diabetesscreenings in Bangladesh en het verlagen van de kosten voor Indiase boeren door middel van geavanceerde weersvoorspellingen. Deze voorbeelden illustreren hoe relatief eenvoudige AI-tools, gelaagd op de bestaande infrastructuur, diensten kunnen uitbreiden die anders onbetaalbaar duur zijn om op grote schaal te leveren.

Het rapport benadrukt dat oplossingen mensen moeten ontmoeten waar ze zich bevinden. “AI-oplossingen zullen bijvoorbeeld moeten worden geleverd via spraakoproepen op eenvoudige mobiele telefoons voor degenen die geen smartphones kunnen lezen of betalen”, merkt het op. Die praktische lens is een bewust tegenwicht voor AI-strategieën die uitgaan van connectiviteit met hoge bandbreedte en smartphonetoegang als startvoorwaarden.

De investeringsagenda

Naast adoptie schetst het rapport een drieledige investeringsagenda voor regeringen van ontwikkelingslanden: investeren in elektriciteitsopwekking en -distributie, de toegang tot rekenkracht vergroten en de beschikbaarheid van lokale gegevens verbeteren. Het zijn stuk voor stuk voorwaarden om AI bruikbaar te maken in de praktijk. Zonder betrouwbare kracht is computergebruik zinloos; zonder lokale gegevens kunnen modellen niet in lokale behoeften voorzien; zonder betaalbare computertoegang zijn zelfs de beste tools onbereikbaar.

Gaurav Nayyar, directeur van het rapport, benadrukte de urgentie. ‘De kans om dit goed te doen is klein’, zei hij. “AI biedt een unieke kans om problemen op te lossen die zich al generaties lang tegen oplossingen verzetten.”

De cijfers die op het spel staan

De omvang van de betrokken bevolking geeft het rapport zijn gewicht. Ongeveer 6,8 miljard mensen, ongeveer 83 procent van de mensheid, leven in lage-inkomenslanden en ontwikkelingslanden. Voor hen, zo stelt het rapport, zullen AI-instrumenten moeten worden aangepast om aan specifieke lokale behoeften te voldoen, in plaats van eenvoudigweg te worden geëxporteerd vanuit rijke economieën. De implicatie is dat het huidige zwaartepunt van de mondiale AI-industrie, geconcentreerd in een handvol rijke landen, de overgrote meerderheid van de wereld onderbediend laat.

Die kloof is niet alleen een economisch probleem; het is een uitdaging op het gebied van bestuur en gelijkheid. In het rapport van de Bank wordt AI-toegang gepositioneerd als een ontwikkelingsprobleem dat vergelijkbaar is met elektrificatie of internetconnectiviteit, en wordt de technologie geframed als infrastructuur waarvoor overheden de verantwoordelijkheid hebben om uit te bouwen.

Vertrouwen en risico

Het rapport is niet zonder voorbehoud optimistisch. Er wordt veel aandacht besteed aan de risico’s van een verkeerde inzet van AI, vooral als het gaat om het vertrouwen van het publiek. “Verbeterde openbare diensten en betere leerresultaten op scholen zullen het vertrouwen versterken, maar als AI vooroordelen in overheidsbeslissingen verankert of de privacy van gegevens aantast, zal dat vertrouwen moeilijk te herstellen zijn”, waarschuwde de begeleidende verklaring.

De auteurs van het rapport zijn openhartig dat AI de ongelijkheid kan vergroten in plaats van verkleinen. “AI zou de kloof tussen landen kunnen vergroten, de ongelijkheid binnen landen kunnen vergroten, de marktmacht kunnen concentreren, het vertrouwen in openbare instellingen kunnen verzwakken en nieuwe risico’s kunnen creëren voor de veiligheid, rechten en sociale cohesie”, stelt het rapport. Die voorzichtigheid is opmerkelijk en komt van een instelling die historisch gezien op groei gericht is, en geeft aan dat de Bank bestuur als onlosmakelijk met adoptie beschouwt.

De oproep om het vertrouwen van het publiek op te bouwen naarmate AI zich uitbreidt, weerspiegelt lessen uit eerdere technologie-uitrol, waarbij de winst in efficiëntie werd ondermijnd door publieke reacties op privacy en vooringenomenheid. Het rapport dringt er bij beleidsmakers op aan om weloverwogen om te gaan met transparantie en verantwoordingsplicht bij het opschalen van AI in publieke diensten.

Wat volgt

Het World Development Report bindt geen enkele regering, maar het heeft wel invloed op de manier waarop ontwikkelingsagentschappen, multilaterale kredietverstrekkers en nationale beleidsmakers de AI-strategie vormgeven. De nadruk die wordt gelegd op goedkope, gelokaliseerde instrumenten, in plaats van concurrentie op grensmodellen, zou een deel van de financiering kunnen verleggen naar toepassingen die de meerderheid van de wereldbevolking bedienen.

Of de ontwikkelingslanden snel genoeg gevolg kunnen geven aan de aanbevelingen is een open vraag. De Bank geeft zelf toe dat de marge beperkt is, en dezelfde economische zwakte die AI aantrekkelijk maakt, beperkt ook de fiscale ruimte om te investeren in de kracht-, computer- en data-infrastructuur waar het rapport om vraagt. Voorlopig geldt het rapport als het meest prominente officiële argument tot nu toe dat de mondiale AI-boom niet alleen moet worden afgemeten aan wat er in Silicon Valley gebeurt, maar ook aan de vraag of deze de miljarden kan bereiken die er het meeste bij te winnen hebben.

Blijf AI een stap voor

Het beleidsdebat over wie profiteert van AI is nog maar net begonnen. Lees meer AI-nieuws om te volgen hoe overheden, instellingen en bedrijven de wereldwijde uitrol van de technologie vormgeven.